Uitgelicht

Vitale, bruisende binnensteden

ARTIKEL DE LIMBURGER - VRIJDAG 14 JUNI 2019
DOOR MONIQUE EVERS - ROERMOND

Hoe zien de Limburgse binnensteden er in 2025 uit? Welke winkels zijn er dan nog? Wat is er dan te doen? Wie wonen er dan in het centrum? En welke bedrijven zijn teruggekeerd naar het stadshart? Limburgse citymanagers bogen zich deze week over die vragen.

Sociaal geograaf Sjors de Vries toont een foto van een winkelstraat van een jaar of dertig geleden. De ene na de andere winkel, weinig ketens en heel veel mensen. „Nou die tijd is voorbij”, houdt hij twintig luisterende Limburgse centrummanagers voor.

De Vries werkt bij Ruimtevolk, een bureau voor stedelijke en regionale ontwikkeling in Utrecht. Bij het RIC, het Retail Innovatie Centrum, in Roermond schetst hij op een netwerkbijeenkomst de huidige trends op het gebied van winkelcentra. Wie daar goed op inspeelt, kan er voor zorgen dat het winkelhart van vroeger weer een bruisend stadscentrum wordt. Maar dan meer van deze tijd. Bijna alle middelgrote Limburgse binnensteden worstelen ermee. Lege winkelpanden, lege ruimtes boven die winkels. Sommige straten liggen er desolaat bij. Dat moet anders. Onze stadsharten moeten veranderen van een place to buy naar een place to be

Voor de Limburgse centrummanagers schetst De Vries de huidige ontwikkelingen. De meeste winkelgebieden worden nog steeds geconfronteerd met een teruglopende omzet. „Dat is best opvallend gezien de economische hoogconjunctuur. We kopen dus steeds meer online. En internet zal de fysieke winkels nog verder onder druk gaan zetten. Als jij veters zoekt van 1,50 meter in een bepaalde kleur dan zoek je in de stad naar een speld in een hooiberg. Op internet heb je die veters zo gevonden en morgenvroeg in huis”, zegt De Vries. Hij ziet ook dat mensen steeds vaker hun bezoek aan het centrum combineren. Kinderen naar de muziekschool brengen wordt bijvoorbeeld gecombineerd met winkelen. 

Onze stadsharten moeten veranderen van een place to buy naar een place to be. Sjors de Vries

Reuring

Wonen in de binnenstad is steeds meer in trek. Eigenlijk bij alle doelgroepen. Van studenten tot senioren. Dicht bij de voorzieningen, daar waar reuring is en interactie. „In Arnhem worden op dit moment tientallen kantoorpanden omgebouwd tot appartementencomplexen.” Ook ziet hij dat er steeds vaker gewerkt wordt in onze binnensteden. „Bedrijven willen weer zijn daar waar het gebeurt, boven in Hoog Catharijne huisvesten bedrijven steeds vaker hun innovatiecentra en cafés veranderen in prettige ruimtes voor flexwerkers.”

Zo ontstaat volgens De Vries een economie die weer hele nieuwe kansen biedt: de belevingseconomie. „Daarin past een toenemende waardering voor het ambacht, denk aan de hippe fietsenwinkel. En voor gezond eten. Vooral in combinatie met sport. Sport is hot. Daarom zie je ook steeds vaker sportactiviteiten in het centrum van de stad: marathons, wielerwedstrijden en volleybaltoernooien.”

Daarnaast moeten steden er rekening mee houden dat toerisme en recreatie alleen maar zullen toenemen. „Het einde is nog niet in zicht.’’ 

De Vries pleit ervoor om in de regio samen te werken. Onderwijs, overheid en bedrijfsleven. Maar ook met andere gemeenten.

Om te voorkomen dat je allemaal hetzelfde doet of juist evenementen misloopt. „Provincies zijn ook vaker bereid om te investeren als er wordt samengewerkt”, weet hij uit ervaring. 

Voor de Limburgse citymanagers heeft hij nog wel wat tips. „Denk goed na over de vraag welke binnenstad je eigenlijk wilt? Ga niet als een kip zonder kop aan het werk. Voor je het weet ben je alleen maar bezig met leegstaande panden te vullen en brandjes te blussen. Dus: oriënteer je, zoek alle betrokkenen op, bedenk wat je wilt zijn, ontwikkel een visie en bedenk de strategie. Het gaat om het grotere verhaal en niet om details.” 

Het zet ze onmiddellijk aan het denken. Kunnen we in Roermond bijvoorbeeld ook niet meer flexplekken maken bij het station? Of langs de snelweg? Een van hen komt regelmatig bij Van der Valk aan de snelweg in Eindhoven. „Als je ziet wat daar allemaal loos is. Daar is het soms één grote werkplek.” Er is duidelijk behoefte aan plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. 

Studenten

Dat herkennen ze ook in Heerlen. Bij Glaspaleis Schunck wordt veel gebruikgemaakt van de werkplekken in de bibliotheek. Door studenten en zzp’ers. „De locatie in het centrum is belangrijk. Het gebouw is hip en er zit een Bagels & Beans. Dat werkt”, zegt de centrummanager. 

Dat past volgens De Vries ook bij de trend dat onderwijsinstellingen de binnenstad in willen. Studenten zorgen voor levendigheid, voor de reuring die zo hard nodig is. Goed voor de sfeer en de horeca bovendien. Zo kan die onderscheidende boekhandel overleven, zegt de Vries, net als die originele muziekwinkel en de aparte fietsenmaker. 

Welke rol neem je dan als overheid? Een van de centrummanagers: „De rol van de gemeente is volgens mij om steeds vaker in gesprek te gaan met alle betrokkenen: winkeliers, pandeigenaren, inwoners. Om ze duidelijk te maken dat de wereld aan het veranderen is.”